Je zicht is iets waar je bijna niet bij stilstaat zolang het goed werkt. Je leest een bericht op je telefoon, rijdt naar je werk, herkent iemand aan de overkant van de straat en ziet zonder moeite waar jij je koffiekopje hebt neergezet. Wanneer je zicht langzaam achteruitgaat, verandert dat. Geleidelijk blind worden kan ingrijpend zijn. Maar achteruitgaand zicht betekent niet dat iemand uiteindelijk helemaal niets meer kan zien. Veel hangt af van de oorzaak en bij verschillende oogaandoeningen zijn behandelingen mogelijk waarmee verdere achteruitgang kan worden afgeremd of soms zelfs deels kan worden hersteld. Op deze pagina lees je er meer over.
Wat betekent geleidelijk blind worden?
Bij blindheid denk je aan iemand die helemaal niets meer ziet. In werkelijkheid bestaan er allerlei gradaties van slechtziendheid en blindheid. Wie geleidelijk blind wordt, kan bijvoorbeeld steeds minder scherp zien, moeite krijgen met contrasten, delen van het gezichtsveld verliezen of juist problemen krijgen met het centrale zicht. De veranderingen kunnen zo langzaam verlopen dat je ze in eerste instantie niet eens opmerkt. Misschien moet je vaker een lamp aandoen tijdens het lezen. Je merkt dat autorijden in het donker lastiger wordt of je loopt regelmatig tegen voorwerpen aan die je vanuit je ooghoek niet had gezien. Het is slim om zulke veranderingen serieus te nemen. Achteruitgaand zicht kan allerlei oorzaken hebben en hoe eerder duidelijk is wat er speelt, hoe eerder gekeken kan worden of behandeling mogelijk is.
Waardoor kan je geleidelijk blind worden?
Er bestaat niet één aandoening waardoor mensen geleidelijk blind worden. Een bekende oorzaak is glaucoom. Hierbij raakt de oogzenuw beschadigd en kan het gezichtsveld langzaam kleiner worden. Juist omdat dit proces eerst weinig klachten kan veroorzaken, wordt glaucoom pas later ontdekt. Ook leeftijdsgebonden maculadegeneratie kan het zicht sterk aantasten. Hierbij raakt vooral de macula, het centrale gedeelte van het netvlies, beschadigd. Daardoor kan bijvoorbeeld lezen of het herkennen van gezichten steeds moeilijker worden. Andere mogelijke oorzaken zijn onder meer aandoeningen van het netvlies, complicaties van diabetes en erfelijke oogziekten. Staar veroorzaakt ook een geleidelijke vermindering van het zicht, maar is in veel gevallen goed operatief te behandelen. Daarom is de oorzaak belangrijk. Twee mensen kunnen allebei merken dat hun zicht achteruitgaat, terwijl hun vooruitzichten en behandelmogelijkheden totaal verschillend zijn.
Hoe merk je dat je geleidelijk blind wordt?
Slechter zien hoeft niet dramatisch te beginnen. Vaak zijn de eerste veranderingen juist subtiel. Letters lijken minder scherp, kleuren zijn minder duidelijk of je hebt steeds meer licht nodig om iets goed te kunnen zien. Sommige mensen merken vooral problemen wanneer het donker is. Anderen krijgen juist een wazige of donkere plek midden in hun gezichtsveld. Bij bepaalde aandoeningen verdwijnt langzaam een deel van het perifere zicht, waardoor een soort tunnelvisie kan ontstaan. Merk je dat je zicht verandert, dan is het belangrijk om niet zelf te concluderen dat dit bij ouder worden hoort. Een oogarts kan onderzoeken waardoor de klachten worden veroorzaakt. Plotseling verlies van zicht is iets anders. Wanneer je ineens veel slechter of helemaal niet meer ziet, lichtflitsen ervaart, een donkere schaduw voor het oog krijgt of andere acute oogklachten hebt, is snelle medische beoordeling belangrijk.
Welke behandelingen zijn er als je geleidelijk blind wordt?
De behandeling hangt af van de oorzaak. Bij glaucoom kan bijvoorbeeld geprobeerd worden de oogdruk te verlagen met oogdruppels, laserbehandeling of een operatie. Schade aan de oogzenuw die al is ontstaan, kan meestal niet worden teruggedraaid. De behandeling is daarom vooral bedoeld om verdere achteruitgang zoveel mogelijk af te remmen. Bij bepaalde vormen van maculadegeneratie kunnen injecties in het oog worden gebruikt om de activiteit van afwijkende bloedvaten tegen te gaan. Bij staar kan de troebele ooglens tijdens een operatie worden vervangen door een kunstlens. Daardoor kan het zicht vaak sterk verbeteren. Ook bij oogproblemen als gevolg van diabetes zijn behandelingen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan injecties of laserbehandelingen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat onderliggende aandoeningen zoals diabetes goed worden behandeld. Er bestaat dus helaas geen universele behandeling voor mensen die geleidelijk blind worden. Wat mogelijk is, wordt bepaald door de precieze diagnose en de ernst van de aandoening.
Wat als het zicht niet meer hersteld kan worden?
Soms kan een behandeling verdere schade beperken, maar niet herstellen wat al verloren is gegaan. En bij sommige aandoeningen blijft het zicht ondanks behandeling achteruitgaan. In dat geval verschuift de aandacht steeds meer naar leren omgaan met verminderd zicht. Dat klinkt misschien makkelijk, maar kan in de praktijk een enorme aanpassing zijn. Dagelijkse handelingen zoals koken, boodschappen doen, reizen en werken kunnen moeilijker worden. Hulpmiddelen kunnen dan een verschil maken. Denk bijvoorbeeld aan vergrotingssoftware, aangepaste verlichting, beeldschermloepen, spraaksoftware of hulpmiddelen waarmee tekst wordt voorgelezen. Daarnaast bestaat er begeleiding waarbij mensen leren om dagelijkse activiteiten zo zelfstandig mogelijk te blijven uitvoeren. Ook emotioneel kan geleidelijk blind worden zwaar zijn. Je verliest niet alleen een deel van je zicht, maar mogelijk ook een stukje zelfstandigheid zoals je die gewend was. Begeleiding en revalidatie kunnen daarom net zo belangrijk zijn als een medisch hulpmiddel.
Geleidelijk blind worden en je zorgverzekering
Wanneer je oogklachten hebt, kunnen verschillende vormen van onderzoek en behandeling onder de zorgverzekering vallen. In Nederland valt medisch noodzakelijke specialistische zorg door bijvoorbeeld een oogarts onder de basisverzekering. Daarbij kan wel het eigen risico van toepassing zijn. Ook bepaalde medicijnen, operaties en andere medisch noodzakelijke behandelingen kunnen vanuit het basispakket worden vergoed. Welke voorwaarden gelden, hangt af van de behandeling en je persoonlijke situatie. Bij hulpmiddelen ligt het soms ingewikkelder. Sommige hulpmiddelen voor mensen die blind of slechtziend zijn kunnen onder voorwaarden vanuit de basisverzekering worden vergoed. Voor andere voorzieningen of vormen van ondersteuning kunnen juist andere regelingen gelden.
Het is daarom slim om vóór de aanschaf van een duur hulpmiddel bij je zorgverzekeraar te controleren wat precies wordt vergoed, welke voorwaarden gelden en of je een verwijzing of toestemming nodig hebt.




